ONT pleit voor taakherschikking

Noodzakelijke rol tandprotheticus bij implantologie

logo ont

4 juni 2013 - 'De mondzorg maakt een turbulente periode door. Een kortlopend experiment met vrije prijzen, toch weer vaste tarieven en een kostprijsonderzoek door de Nederlandse Zorgautoriteit. Er is meer: CVZ doet onderzoek naar de stijgende kosten inzake implantologie en verzekeraars pakken teveel declarerende tandartsen aan.' Aan he woord is Marnix de Romph, directeur van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici. 'Ik wil ervoor waken dat in de beleidsdiscussies die ontstaan - en gevoerd moeten worden - het beeld alleen bepaald wordt door de tandarts. Naast deze gewaardeerde mondzorgverlener, zijn er immers ook jeugdtandartsen, mondhygienisten en tandprothetici die er gezamenlijk voor zorgen dat de mondzorg in Nederland op een hoog niveau staat.'

Taakherschikking
'De tandprotheticus legt zich toe op uitneembare voorzieningen in de mond. Dat wil zeggen: de volledige of partiele prothese. Nog anders gezegd: het kunstgebit. In die zin is de tandprotheticus ook voor een deel betrokken bij de implantaatgedragen prothese. Tot onze patiënten rekenen we doorgaans oudere mensen en kwetsbare groepen. Wij begrijpen dat er ook reden is om de mondzorg zinniger en zuiniger te maken. Dat kan als we iets meer vrijuit zouden denken en handelen: dus los van gevestigde belangen. Naar onze overtuiging is taakherschikking hierbij een goede en begaanbare weg. Ook kan de tandprotheticus een nadrukkerlijker rol krijgen binnen de (implantaat gedragen) prothetiek om de kosten beheersbaar te houden. Onze oproep: laat de mondzorg voor ouderen niet het kind van de rekening worden! 

Clienttevredenheid
'De tandprotheticus is in ons land dé expert voor het aanmeten en vervaardigen van uitneembare gebitsprothesen', stelt de Romph 'Hij is er specifiek voor opgeleid en oogst op dit onderdeel een hogere cliënttevredenheid dan andere beroepsgroepen binnen de mondzorg, zo blijkt uit klantonderzoek van zorgverzekeraars. Dat geldt ook voor de gebitsprothese op implantaten, ook wel de klikprothese genoemd. Leden van de ONT achten het dus onlogisch, onverstandig en ook inefficiënt de tandprotheticus bij implantologie zijn verwijsfunctie naar een tandarts-implantoloog en een MKA-chirurg (vaak nog kaakchirurg genoemd) te ontnemen, zoals een aantal beroepsgroepen binnen de mondzorg momenteel oppert.'

De ideeën van een groep tandartsen en implantologen hierover lijken onder meer te zijn ingegeven door de zorgen over de toegenomen vraag naar implantaten en daarmee de gestegen kosten in de afgelopen jaren. De vraag rijst of op deze manier de mondzorg in de toekomst nog betaald wordt vanuit de collectieve middelen. Vanuit de rijen der tandartsen en implantologen wordt geredeneerd dat implantologie af- en kwaliteit toeneemt als minder beroepsgroepen - zoals tandprothetici – de indicatie voor een gebitsprothese op implantaten mogen opstellen en patiënten mogen verwijzen naar de tandarts-implantoloog of MKA-chirurg. De ONT heeft een andere zienswijze.

Een groep tandartsen en implantologen denkt de vraag naar volledige protheses op implantaten te verminderen door de toegankelijkheid van de tandprotheticus op dit gebied te beperken. Zij gaan daarbij voor het gemak voorbij aan het feit dat de patiënt zich in eerste instantie voor een gebitsprothese tot de tandprotheticus als vrij toegankelijke eerstelijns zorgverlener wendt. Indien aan de orde, kan de tandprotheticus de cliënt verwijzen. Een tandarts, implantoloog of MKA-chirurg stelt vervolgens de diagnose: implantologie. Dat is nu zo en dat zal zo blijven. De ONT ziet niet in dat door de beperking van de toegankelijkheid van de tandprotheticus het aantal indicaties implantologie zal toe- of afnemen. De tandprotheticus indiceert bovendien geen implantaten, maar doet wanneer nodig, een behandelvoorstel. Het blijft de medische en ook ethische verantwoordelijkheid van de tandarts-implantoloog of MKA-chirurg om dit behandelvoorstel om te zetten in een indicatiestelling tot implantologie.

Inhaalslag
De hoge vraag naar implantaten is in ons land grotendeels het gevolg van het feit dat preventie en onderhoud tot ver in de jaren zeventig geen prioriteit kregen in de mondzorg. Relatief veel mensen verloren daardoor destijds hun eigen gebit en werden voorzien van een gebitsprothese. Nu, enkele decennia later zijn hun kaken geslonken, komt de gebitsprothese los te zitten en is het aanbrengen van implantaten in de geslonken kaak vaak de enige oplossing om met de gebitsprothese te kunnen functioneren. Implanteren is inmiddels relatief eenvoudig uit te voeren en daardoor breed beschikbaar. De cliënt kan voor het aanmeten van een gebitsprothese op implantaten ook terecht bij de tandprotheticus. Leden van de ONT, overigens nadrukkelijk tegenstander van onnodige implantologie en dito kosten, stellen dat de inhaalslag inmiddels voor een aanzienlijk deel is gemaakt en dat in de komende jaren steeds minder prothesedragers van implantaten zullen worden voorzien. De ouderen die baat hebben bij een gebitsprothese op implantaten en er geschikt voor zijn, hebben deze inmiddels al gekregen.

Stijging aantal tandartsen
Dankzij de sterk verbeterde mondzorg, de toegenomen aandacht voor mondpreventie (en fluoride-gebruik), een stijging van het aantal tandartsen per hoofd van de bevolking én de toetreding van bijvoorbeeld mondhygiënisten en preventie-assistenten tot de mondzorg, is een drastische daling opgetreden van het aantal mensen dat op jongere leeftijd tandeloos raakt. Sinds de jaren tachtig groeien in ons land generaties op die op hun twintigste een vrijwel onaangetast gebit hebben en in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid niet snel geheel volledig tandeloos worden. Jongeren hebben dus geen gebitsprothese meer nodig en dus ook geen implantaten.

Zowel met het oog op de kosten als de kwaliteit is het ongewenst de tandprotheticus uit te sluiten als verwijzer voor de gebitsprothese op implantaten. Een monopolie leidt steevast tot hogere kosten en impliceert geen concurrentieprikkels om te komen tot de beste dienstverlening. De praktijk wijst uit dat de cliënt de tandprotheticus gemakkelijk weet te vinden voor de gebitsprothese op implantaten. De tandprotheticus verleent vraaggestuurde zorg: de cliënt heeft een vraag of probleem en klopt bij hem aan voor een antwoord of oplossing. Over het algemeen wordt de drempel richting een tandarts als hoger ervaren.

De opleiding
Wie de tandprotheticus buitensluit als adviseur (verwijzer) en medebehandelaar op het vlak van gebitsprothese op implantaten, negeert bovendien de enige beroepsgroep in ons land die - vier jaar lang - specifiek is opgeleid voor tandprothetiek. Voor tandartsen ligt dat anders. Veel jonge tandartsen krijgen anno 2013 zelfs nauwelijks tandprothetiek gedoceerd tijdens hun studie. Hoe kunnen zij de regie binnen de mondzorg voeren wanneer dat onderdeel uit hun curriculum marginaal wordt onderwezen?

De beroepsgroep der tandprothetici streeft voortdurend naar verdere professionalisering en kwaliteitswinst. Hetzelfde geldt voor de opleiding Tandprothetiek aan Hogeschool Utrecht. Die is van HBO-niveau, maar moet de formele HBO bachelor-status nog krijgen. Vanaf september 2013 kent het curriculum in elk geval honderd in plaats van negentig European Credits, zodat een afgestudeerde na vier jaar 2.800 studie-uren tandprothetiek heeft gehaald. Bovendien wordt gewerkt aan opnieuw een kwaliteitsslag van de opleiding. De tandprotheticus van de toekomst is niet louter een ambachtsman die een gebitsprothese vervaardigt, maar een zorg- en dienstverlener die wetenschappelijk onderbouwd, evidence based, zelfkritisch en reflectief te werk gaat. Hij is in staat de hulpvraag van de cliënt te inventariseren en analyseren, de gezondheidssituatie en sociale omstandigheden in kaart te brengen, gerust te stellen, het vastgestelde probleem op te lossen, te adviseren over bijvoorbeeld het beste onderhoud van de gebitsprothese en te attenderen op een goede mondhygiënist.

 

 

 

Terug naar home

Share |
Lees meer uit het TTM-archief. Selecteer een categorie.
Kunt u niet vinden wat u zoekt? Gebruik de zoekmachine.
Nummer 164
november/december 2021
In dit nummer



In dit nummer onder meer aandacht voor een Volledige Digitale workflow met een twist in de rubriek Werkstuk Belicht, Voorgefabricieerde gebitselementen in individuele implantaatprotheses (praktijkverslag), de Dental Expo in 2022, de Candulor KunstZahnWerk-wedstrijd, Hoe de kwalijke rol (zorg)verzekeraars stoppen, inflatie en de stijging van PFZW pensioenpremie, de Dentale Agenda van het Kwaliteitsregister Tandtechniek en meer. 

Verspreiding in december 2021.

Mis geen nummer, neem nu een abonnement op het Tandtechnisch Magazine. Klik hier voor een speciale internet-aanbieding.

Heeft u nieuws voor het volgende nummer of een interessante casus? Neem dan contact op met de redactie.

Ontvang gratis TTM nieuwsbulletin

Gratis overzicht van het belangrijkste nieuws uit de dentale branche in uw e-mailbox. Vraag nu aan! Afmelden kan altijd door een e-mail te sturen naar info@tandtechnischmagazine.nl