Tandarts Kappers NZa/Deloitte-Papers

Om manipulatie cijfers ten behoeve van tandartstariefkorting te onderbouwen

10 maart 2020 - Tandarts C.D.F. Kappers blijft strijden om de waarheid over de besluitvorming ten aanzien van de tandartstariefkorting boven water te krijgen. Hieronder treft u het volledige verhaal tot nu toe aan. Wordt vervolgd. 


Beste collegae, Mijdrecht, 7-2-2020

Vanaf 2011 heb ik getracht om de aanval op de tandheelkunde te pareren door u te informeren over de ontwikkelingen en mogelijke achtergronden en zo de aanvallers te weerstaan. Door “strubbelingen” in het systeem van overleg en procederen, heb ik nog geen resultaat geboekt. Maar ook beroepsjuristen bij de verenigingen en hun advocaten en accountants zijn niet in staat geweest om het bastion van onwil te slopen, dus ik hoef me ook weer niet te schamen. Tevens worden mijn aanmerkingen en acties nog steeds doodgezwegen door de brave borsten binnen de besturen van de vakverenigingen die onze beroepsgroep vertegenwoordigen. Omdat velen door de bomen het bos niet meer zagen heb ik een overzicht gemaakt. Eerlijk gezegd kan ik de onthullingen over betrokkenen nauwelijks bijhouden.

Voor degenen die liever niet “diep” lezen is het advies om af te haken, of de samenvatting te lezen.

Alle anderen kunnen zich voorbereiden op een flink verhaal over fraude door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa),in innige samenwerking met Deloitte, waarin u waarschijnlijk wel stukken herkent, maar waarin ik met extra informatie het begrip hopelijk heb verbeterd tot een samenhangend verhaal. Zeker zal het voorbeeld van professor Smeets ( pagina 9) u aanspreken. De NZa stelt zich onverzoenlijk en hautain op en heeft zich waarschijnlijk nooit gerealiseerd dat, als men daar vasthoudt aan een opzettelijke foute uitleg van gevorderde data ( fraude), de kans aanwezig is dat er ook iemand vasthoudend kan zijn in het bestrijden daarvan. Immers, de meegaande bestuurders bij ons gingen meestal akkoord “om erger te voorkomen”, dus een vasthoudende werker uit het veld is totaal nieuw voor iedere betrokkene. Ook zag men over het hoofd dat eenieder die de fraude verdedigt zichzelf op de lijst van medeplichtigen zet. Een lijst van daders kan ik nog niet maken, omdat alle aanvragen om openheid op basis van de Wet Openbaar Bestuur ( WOB) zorgvuldig zijn getorpedeerd met weigeringsgronden. Daarom zijn er ook geen dwangsommen opgelegd aan de NZa, want de weigeringsgronden worden volgens de Raad van State niet door vermeende fraude opgeheven. Er wordt niet gerept over misbruik van recht of misbruik van de wet. Meineed komt niet voor, want geen enkele rechter heeft de NZa onder ede gehoord.

Minister van Staat, de heer Tjeenk Willink, waarschuwde recent in het tv-programma “Buitenhof” , dat men niet zo maar een aanval kan doen op de rechtsorde als daden of uitspraken binnen de Trias Politica je niet bevallen. Als er op politiek, bestuur of rechtspraak kritiek is moet men wel goed beslagen ten ijs komen, anders heeft dat direct effect op de rechtsorde en de democratie. Immers, de rechter kijkt naar de Wet en afspraken die gemaakt zijn en is onafhankelijk. Anderzijds waarschuwde hij ook voor naïviteit: dat wat in Polen gebeurt, hier niet zou kunnen gebeuren. Daarom was de “Rapportage Commissie Visitatie Gerechten 2018” destijds een goede waarschuwing.

In de afgelopen jaren heb ik mij verbaasd over betrokkenen, juist in de politiek, het bestuur en de rechtspraak. Waarheidsvinding was kennelijk niet belangrijk, gezien de uitspraak “u heeft het niet voldoende onderbouwd”, nadat elke grondige uitleg is gestruikeld op het fenomeen “tijd” tijdens de zitting. Zoals hierboven al aangestipt hebben beroepsjuristen, advocaten en accountants ook niets voldoende kunnen onderbouwen en hebben eigenlijk alleen voor de Bühne geprocedeerd. In het algemeen gesproken is een te geringe onderbouwing erg onwaarschijnlijk en lijkt het er meer op dat men argumenten en liefst ook degene die ze uitspreekt zo snel mogelijk wil lozen, zonder een goede motivatie voor een vonnis te geven en daarmee elk commentaar bij voorbaat te smoren. Er is toch geen hoger beroep mogelijk, dus elk vonnis, hoe flauw en onterecht ook, staat als een huis. En dát, collegae, ondermijnt mijn vertrouwen in betrokkenen.

Mijn uitspraken wil ik graag herzien als iemand met valide argumenten komt, maar vanaf 2011 tot op heden heb ik geen inhoudelijk commentaar mogen ontvangen. Daarentegen zijn wél steeds meer zaken aan het licht gekomen die de fraude bevestigen en medeplichtigen ontmaskeren.
Pagina 2 van 22


In dit stuk treft u een aantal situaties of uitspraken aan, waarop ik in latere tekst terug kom. Is het niet duidelijk, vraag me dan om nadere uitleg. Neem daarbij wel in ogenschouw dat veel zaken misdadig lijken, maar in feite berusten op zeldzame domheid, onkunde, onbekendheid met de branche en jaloezie, wat wel verwijtbaar, maar niet strafbaar is. Die daden berusten vaak op een mandaat, politiek besluit, of opdracht van hoger geplaatsten. Gewoon ruiterlijk toegeven dat men fout gehandeld heeft zal men, bijvoorbeeld bij de NZa, nooit doen. Dit is een gegeven dat duidelijk is beschreven in het rapport Borstlap over de NZa.

Het gezegde luidt: “Domheid is een gave Gods, maar je mag het niet misbruiken”; en dat is wél gebeurd. De fraude met cijfers en gemiddelden door de NZa, om hun zogenaamd gelijk te halen over omzetten en winsten in de tandheelkunde, en om zo toch de tarieven te kunnen korten in 2014/2015, is wél crimineel én strafbaar, juist door de opzet, opdracht en samenwerking van NZa met VWS en Deloitte, en het er zelf beter van worden, lijkt het dat de hebzucht vooral bij NZa en Deloitte( bonus en de opbrengst van de opdracht) en de politieke wens en jaloezie bij VWS de waarheidsvinding overwonnen. Tevens zijn deze drie organisaties verantwoordelijk en aansprakelijk voor de enorme financiële -en imagoschade die zij met hun fraude hebben aangericht in de tandheelkunde branche. Speciaal gebruik ik het woord “branche” omdat de tariefskorting een enorme impact heeft gehad op zowel tandartsen, tandtechnici, personeel, toeleveranciers en ook financiers. Deloitte heeft hier als “expert” gefungeerd als een soort consigliere, waarbij wel aangetekend moet worden dat ze van de opdrachtgever NZa in een mail te verstaan kregen, dat “ze maar in hun rapport moesten zetten dat de analyse berustte op een definitie van de NZa”. Een groot deel van de rest van het dossier is onleesbaar, maar dit zegt genoeg. “Wie betaalt bepaalt” is een gezegde dat Deloitte niet ver van zich werpt. De opdrachtgever bepaalt wat er in een rapport komt, niet die onafhankelijke expert; deze voert gewoon uit ( er schijnt wel intern onenigheid bij Deloitte te zijn geweest over deze kwestie). Deloitte was deze week ook weer in het nieuws vanwege een afkoop van rechtsmiddelen in de zaak Vestia, waar Deloitte samen met anderen voor miljoenen geblunderd heeft. Als je het snel zegt lijkt het weinig. Hun advocaten kunnen nu meteen door naar onze zaak. Via de NZa informatie in de weigeringsgrond “ronde” zijn ze al gewaarschuwd, maar ze blijven muisstil. Het betrof bij Vestia fouten bij de controle, bij ons gaat het om de hulp die Deloitte opzettelijk gegeven heeft aan de fraude door de NZa, dus de advocaten moeten even omschakelen.


Dat organisaties als KNMT, ANT, CBb en vele anderen langs de zijlijn toekeken en niet ingrepen, waardoor ze toeschouwers, meelopers en in feite facilitators werden van criminelen, is te verklaren, maar niet goed te praten.

Men zou bij de NZa bijna van een soort omgekeerd Stockholm-syndroom kunnen spreken, waarbij de NZadaders zich als slachtoffers portretteren, die “zich niet herkennen in kritiek en alleen maar bezig zijn met goedkope zorg”; een mantra dat kennelijk alles wat verboden is goedkeurt. Het ergste is dat er dus al in 2011 met de in 2015 toegepaste kortingen werd gedreigd, maar dat wil nu niemand weten. ---------------------


De mogelijkheden in de Bestuursrechtspraak zijn niet uitgeput, maar zijn voor genoemde betrokkenen beland in een fase van uitstel en hoop op afstel. De Wet wordt zodanig gebruikt/misbruikt dat er nog jaren dure procedures met onzekere afloop, en kosten voor mij, kunnen worden gevoerd.

Daarom poogde ik om aangifte te doen van fraude, chantage, valsheid in geschrifte, ambtelijke machtsmisbruik en andere criminele zaken, waarbij ik wel de organisaties en een aantal personen zou kunnen noemen, maar juist het gebrek aan stukken die mijns inziens openbaar zouden moeten zijn, maakt dat ik hoofddaders en medeplichtigen moeilijk persoonlijk kan duiden.


Pagina 3 van 22



U gelooft het waarschijnlijk niet, maar in een jaar tijd is het me niet gelukt om tot een persoon of organisatie door te dringen om aangifte te doen tegen de NZa en/of Deloitte en anderen. De Politie verwees me naar de Rijksrecherche, die verwees me naar de Hoofdofficier van Justitie in Utrecht, daar verwees men me naar de Hoofdofficier in Amsterdam ( navraag leerde dat men in Utrecht dacht dat Amsterdam meer ervaring had met complexe zaken), en Amsterdam zag geen strafbaar feit. Zonder enige motivatie kon die tekst op nog geen A-4’tje. Men besprak de zaak niet met me, nam dus nergens aangifte op overlegde niet, en vervolgde niet; men is kennelijk niet gecharmeerd van het onderwerp. Op internet was te lezen dat je in de plaats van weigering tot vervolging moest klagen, maar dit specifieke geval moest in Den Haag bij het Gerechtshof worden aangekaart. Alles uiteraard zonder vermelding van termijn en klachtadres. Dat laatste zouden wij eens moeten doen; de Tuchtrechter zou er wel raad mee weten. Enfin, Het Gerechtshof in Amsterdam heeft laten weten niet bevoegd te zijn en Den Haag heeft laten weten dat de klacht ontvangen is en dat een uitspraak wel een half jaar kan duren vanwege onderzoek. -------------------------

Het zal duidelijk zijn dat ik enerzijds wat minder vertrouwen heb in de bestuursrechtspraak en de strafrecht- uitoefening in Nederland. Anderzijds heb ik geen zin om me civiel failliet te procederen, terwijl de NZa en VWS een onuitputtelijke belastingbron als financier hebben en Deloitte lacht om een schikking van miljoenen in de Vestia-zaak. Een advocaat op “no cure- no pay” basis mag niet in Nederland, nog afgezien of er een advocaat is die door durft te zetten. --------------------------

Er rezen in afgelopen jaren een aantal vragen bij adhesiebetuigers: -1- Wat wilde eigenlijk de ambtenaren bij de NZa bereiken, was er een goede/ernstige aanleiding om de tandheelkunde aan te pakken? -2- Wat was mijn doelstelling richting NZa, en waarom is die doelstelling veranderd? -3- Waarom zit ik niet in een bestuur?

Voor een antwoord kan ik niet even in een A4-tje 40 jaar historie zoals ik die heb beleefd samenvatten. Men kan er een boek over schrijven, met een reeks extra delen met verwijzingen en rapporten, maar laten we beginnen met gewoon uitleg en het dan samenvatten: ------------------------ -1- Wat wilde eigenlijk de ambtenaren bij de NZa bereiken, was er een goede/ernstige aanleiding om de tandheelkunde aan te pakken? Na het mislukken van de concurrentie middels vrije tarieven in 2012 heerst er binnen VWS een wens om toch de tarieven te korten en dacht men dat zulks wel kon met een kostprijsberekening. Dat was natuurlijk onzin, want de tarieven waren al tientallen jaren nauwkeurig uitgerekend, dus plotselinge korting van vele procenten was onwaarschijnlijk. Bij de NZa bleek men aan de leiband te lopen van VWS en moest men gewoon opdrachten uitvoeren. De NZa was sinds “Borstlap” gedegradeerd tot uitvoerder van aanwijzingen. Er was geen ernstige aanleiding van narigheid binnen de branche. Bij VWS heerste de jaloezie en afgunst over de winsten in de ketens. Omdat men geen ernstige afwijkingen kon vinden werd er met statistiek- fraude de “gemiddelden” in fte en omzet opnieuw gedefinieerd. Over die “gemiddelden” heeft zopas professor Smeets in Arts en Auto 1-2020 een schitterend voorbeeld beschreven, beter dan ik het ooit heb kunnen verwoorden ( pagina 9).





Pagina 4 van 22

-2- Wat was mijn doelstelling richting NZa, en waarom is die doelstelling veranderd? Aanvankelijk wilde ik slechts wijzen op fouten in het denken bij de NZa, met het wat naïeve idee dat men wel snel zou terugkomen op de maatregel. Gaande de correspondentie, gesprekken en processen bleek me dat er geen belangstelling was voor de wiskundige waarheid, maar steeds meer bleek dat VWS, NZa, Deloitte en vele andere betrokkenen zo zeer een gemeenschappelijk streven hadden om mijn uitingen te weren, dat ik bijna niet tegen het ondoorgrondelijk bolwerk op kon, en je eigenlijk van een criminele organisatie of misdrijf in vereniging kon spreken. De Hoge Raad stelt overigens dezelfde eisen aan "gepleegd door twee of meer verenigde personen" als aan medeplegen. We kunnen Kafka niet citeren, want die moest zijn onschuld bewijzen, maar hier liep elke klacht over de fraude door de NZa zelf, dood op niet gemotiveerd onbegrip, onwil, weigeringsgronden, niet reageren, doodzwijgen, ontlopen, uitsluiten, uitlachen een zwart maken ; je kon er zodoende geen vinger achter krijgen. Maar het motiveerde wél om te kijken of ik hier omheen kon werken.

-3- Waarom ben ik zo actief, maar zit ik niet in een bestuur? Vanaf het eind van de zeventiger jaren ben ik geïnteresseerd geraakt in de bestuurlijke kant van ons beroep. Door deelname aan de subfaculteitsraad als student, heb ik geleerd, dat door op het juiste moment bij redelijke mensen met goede argumenten te komen, men het verschil kan maken tussen slechte en goede maatregelen. Dat ik nu niet in enig bestuur mag zitten zal niemand verbazen…, te kritisch en ik weet teveel. Jaren geleden wilde het hoofdbestuur een extra lid, liefst een vrouw. Ik had belangstelling en heb zelfs aangeboden om me desnoods om te laten bouwen tot vrouw…..: als man en als vrouw was ik niet welkom. ----------------------------

De boven ons gestelde ambtenaren van VWS en NZa en geparachuteerde bestuurders en politici, die verantwoordelijk zijn voor de enorme financiële -en imagoschade die aan de branche werd -en wordt toegebracht, zijn vaak gesteund door hen die wij zelf in onze verenigingen als bestuurders gekozen hebben om ons te vertegenwoordigen. Vaak werd door de laatsten het excuus aangevoerd dat zij daarmee “erger voorkwamen” hetgeen bij rechtszaken weer leidde tot uitspraken van rechters als “de beroepsgroep is zelf akkoord gegaan”. Daarbij werd door de rechters niet gekeken hoe dat akkoord via chantage was afgedwongen of cijfers via fraude waren geframed.

Een aantal collegae zeiden of schreven me dat alles al weer zo lang geleden was, gedane zaken geen keer namen, de financiële -en imagoschade toch niet te herstellen waren, dat er vrede moet zijn tussen de professie en VWS en NZa in plaats van die organisaties boos te maken, we vooruit moeten kijken, dat ik alleen maar gefrustreerd was en meer van dat soort gemeenplaatsen.

Anderen waren welgemeend bezorgd over mijn gezondheid en vonden het niet mijn taak om te procederen.


Realiseert u zich echter, dat de aanval op de tandheelkunde branche, en met name op de tandarts, nog steeds in volle omvang gaande is; de financiële schade stijgt elk jaar met 100 miljoen euro, we missen vanaf 2012 al zeker een half miljard euro in de branche, de tandtechniek heeft een enorme dreun gehad en het “experiment” met de taakherschikking met afroming van omzet en verdiensten van tandartsen komt er aan. Juist omdat ik tandheelkunde een geweldig vak vind, maak ik me “druk” over de wijze waarop ons beroep wordt besmeurd en de praktijkvoering belemmerd wordt door onwetenden en kwaadwillenden.

Deze aanval lijkt mij gevoed door een diep wantrouwen in- en minachting voor onze beroepsgroep binnen VWS en NZa. Lezen we het rapport Borstlap op pagina 189, dan blijkt mijn gevoel niet geheel onterecht; bij de directie zou de overtuiging heersen dat (zorg)partijen maar een spelletje speelden met de NZa en medewerkers in die gedachte ( van de directie) moesten mee gaan. Ik heb niet de indruk gekregen dat er sinds dat rapport is uitgebracht iets veranderd is bij de NZa.



Pagina 5 van 22

Voorbeelden die ik in dit stuk geef, zijn uitdrukkelijk NIET bedoeld om te laten zien hoe goed -of slecht ik ben, maar bedoelen te laten zien dat gefundeerd commentaar wel degelijk kan helpen. Ook laat zien dat daar uitzonderingen op zijn, en dat blijkt niet alleen uit het verleden, maar vooral in de jaren 2011 en later, waar redelijkheid van de kant van de tandartsen om verschillende redenen totaal niet aankwam bij VWS, NZa, de Magistratuur en andere organisaties. ------------------------

Een voorbeeld van redelijkheid: Zo was er eind jaren zeventig een “experiment” ( let op: dat woord komt elke keer terug en de meeste “experimenten” floppen) van UvA-subfaculteit tandheelkunde en Ziekenfonds ZAO in Amsterdam om aan te tonen dat er prima tandheelkunde geleverd kon worden voor ziekenfondsprijs (Jordaanproject). Binnen een jaar hadden ze daar een tekort van 1 miljoen gulden. Er moest gelijkelijk worden betaald door ziekenfonds en subfaculteit en dus moest er bij ons worden bezuinigd en het hoofdbestuur van de UvA wilde de subfaculteit tandheelkunde een bezuiniging op tandarts-instructeurs opleggen, omdat daarmee het snelst de beoogde bezuiniging zou worden behaald. Met een stel afgevaardigden van de subfaculteitsraad zijn we naar het Maagdenhuis ( het hol van de leeuw) gegaan en daarbij heb ik UvA-voorzitter Harmsen gezegd dat zo een maatregel twee dingen kon betekenen: -of er zouden geen studenten meer afstuderen omdat ze geen verrichtingen konden doen, -of zij zouden afstuderen zónder ooit die verrichtingen gedaan te hebben; beide opties leken me niet erg interessant voor de Universiteit van Amsterdam. Let wel: Ik was de enige, nota bene vierdejaars, die zijn mond open deed, de rest zweeg. Het gevolg was dat we niet gekort werden; de heer Harmsen gaf zelfs eerlijk toe dat hij en zijn ambtenaren daaraan nooit hadden gedacht. Dus met redelijke argumenten kan men redelijke tegenspelers prima bereiken.

Er zijn in de jaren daarna in talloze vergaderingen van de (K)NMT, beurzen, artikelen in bladen, gesprekken, wandelgangen veel zaken aan de orde geweest die onze professie aangingen en waarbij het hoe -en waarom ter sprake kwam. En die kennis was voor mij wel fijn om te weten, maar niet altijd fijn om te horen. -----------------------------

Zo viel het op dat er al zeker veertig jaar gesproken werd over onaardige tandartsen, fraude in de tandheelkunde en de tarieven die zo hoog zouden zijn.


-Wat de onaardige tandartsen betreft, zal er in 1960/70 zeker een kern van waarheid in gezeten hebben. Schooltandartsen waren niet populair, en er waren te weinig tandartsen en er was wel veel werk; de volgende met pijn zat al met smart te wachten. Er zijn vele patiënten die met een huivering terugdenken aan die tijd.



Voorbeeld van onredelijkheid: Overigens ben ik volgens internet ook zo een onaardige tandarts: jaren geleden kwam er een persoon na jaren terug uit het buitenland, zorgde niet voor een tandarts, kreeg pijn en wenste direct door mij behandeld te worden. Nu waren mijn assistentes altijd bezig om zich in allerlei bochten te wringen om overal in de agenda zaken tussen te zetten, maar alles stond al vol: speciale plekjes voor spoed, pauzes, eet-half-uurtje, laat werken, je kon het zo gek niet bedenken of het stond vol. Dus het ging niet. Nou, schandalig natuurlijk! Dat er nog 800 tandartsen in de regio benaderbaar waren, een avond,- nacht, -weekenddienst beschikbaar was, maakte niet uit; hij werd niet geholpen. Nou, die gramschap moest er uit. Dus nu sta ik voor eeuwig op internet als de tandarts die niet deugt ( er zijn gelukkig ook wel tevredenen). Dit geeft slechts aan, dat het niet uitmaakt of je het goed bedoelt, je moet doen wat er gezegd wordt, of anders….. Ongetwijfeld kent u nog veel meer voorbeelden.



Pagina 6 van 22

-Wat de fraude betreft werd vooral in de ziekenfondstandheelkunde beweerd dat alle tandartsen zaken declareerden die ze niet hadden gedaan en sommigen zelfs dingen deden die helemaal niet nodig waren. Nu kennen we in alle beroepen zulke geluiden, (recent nog in de zorghotels) maar bij de tandheelkunde werd en wordt dat breed uitgemeten in de media en onderhouden. Enige jaren vóór ik begon én in mijn beginjaar werden, omdat een paar tandartsen niet wilden deugen, twee landelijke onderzoeken gedaan door de ziekenfondsen en het bleek dat er méér vergeten werd te declareren dan dat er teveel werd gedeclareerd. Geen excuus in de media, nooit meer wat van vernomen, maar het beeld van fraude bleef hangen. Natuurlijk kennen we allemaal het verhaal van de tandarts net over de Duitse grens, die in een Rolls Royce reed: die lichtte daar inderdaad de Krankenkasse op. Die Rolls is mij nog niet gelukt.

-Wat de tarieven betreft: wellicht herinnert u zich de keren dat er nogal reuring was over de bekostiging van de tandheelkundige verrichtingen. Eerst waren er ziekenfondstarieven en geclusterde particuliere tarieven ( en zelfs uurtarieven). Toen kwamen er ziekenfondstarieven en iets realistischer jeugdtarieven en Uniform particuliere tarieven (UPT). Daarna één tarief voor iedereen, hetgeen betekende dat louter ziekenfondspraktijken er op vooruit gingen, gemengde praktijken niet veel merkten en geheel particuliere praktijken er op achteruit gingen. ------------------- Dat algemene tarief functioneerde redelijk, in combinatie met het norminkomen en steeds maar weer uitrekenen of niemand iets teveel kreeg. Enerzijds stak het toch bij de beroepsgroep, dat voor speciaal -en tijdrovend werk geen adequate vergoeding werd gegeven. Anderzijds ergerde het de top van VWS dat de tarieven niet door concurrentie omlaag gingen. Immers, de marktwerking was een populaire kreet geworden en men dacht, net als in de periode1982/87 , dat elke afgestudeerde student wel goedkoop met gestolen spullen in de garage van zijn vader zou beginnen. Dat werkt niet zo: je hebt patiënten, financiers, verzekeraars, personeel, locatie, toeleveranciers etc. nodig en het gaat echt niet vanzelf, zeker niet als je per verrichting werkt. Dat op hoog niveau in VWS en NZa zulke domme mensen zitten geeft zin en inhoud aan de schitterende opmerking “dat als je niet oplet mensen stijgen tot het niveau van onvermogen” .

Uitleg van het begrip “norminkomen”:

Net als bij andere beroepen mocht de tandarts niet teveel verdienen, en reeds in de 70’er jaren werd besloten dat de omzet van de solist, minus de kosten, een winst/ inkomen X mocht geven ter grootte van het salaris van ambtenaar Y. Wel was het mogelijk om meer uren te maken of sneller en goed te werken, dan verdiende je meer. Net zo goed kon je minder uren maken en langzamer werken, dan verdiende je minder. Met deze genormaliseerde omzet met gerelateerd inkomen werden de tarieven bepaald en alles werd altijd heen -en weer berekend tot vele cijfers achter de komma, opdat er toch vooral geen fouten zouden insluipen. Voor de gemiddelde praktijk werkte dat prima, en ook ik heb altijd dat norminkomen verdiend. Voor de volle werkweek met patiënten behandelingen (niet de vrijdag vrij), administratie, tandtechniek, cursussen, vergaderingen, investeringen en privé levensstijl was dat afdoende.

Op dit moment is het norminkomen hoog ingesteld, maar door de tariefskorting en kostenstijgingen is het mij met mijn gemiddelde praktijk niet mogelijk geweest om zelfs maar in de buurt te komen van de “norm”, omdat je de bijbehorende omzet niet kan halen. ( volgens de NZa gemiddeld wel; zie “Smeets”, pagina 9).

Bij VWS hadden ze geen idee van de vele berekeningen, die het functioneren van het systeem en de praktijkvoering mogelijk hadden gemaakt, noch van het onderliggend principe van het norminkomen. Wel zag men dat goede ondernemers met ketens veel konden omzetten en verdienen. We konden laatst lezen dat een tandarts in tien jaar tijd de mogelijkheid had om het miljoenenpand van Reinoud Oerlemans te kopen. Ja, én? We zijn specialisten en ondernemers; als het goed gaat met het topsegment moet de rest van de solisten ( 60% van de beroepsgroep) dus de tarieven maar korten?
Pagina 7 van 22

Zeg dat eens hardop in het supermarktwezen: Albert Heijn doet het zo goed dat alle tarieven in de winkels in Nederland wel omlaag kunnen. Je wordt dan op een mestkar het land doorgereden en overal uitgelachen.

Het kan toch niet zijn dat de hele tandheelkundige branche gegijzeld en bestolen wordt door een paar domme. jaloerse, kwaadwillende ambtenaren, en dat vervolgens iedereen toekijkt?

Als de NZa de rapporten Andersson ( marktwerking faalt) en Borstlap (NZa deugt intern niet) over zich heen krijgt en vervolgens bij onze kritiek op hun fraudeleus handelen bij de tariefskortingen niet veel meer kan uitbrengen dan “we herkennen ons niet in de kritiek en zijn alleen bezig met goedkope zorg”, dan ben je óf verschrikkelijk dom, óf verschrikkelijk kwaadaardig; het is aan de rechter welk woord van toepassing is.

Maar, men wilde de tandartsen eens flink te pakken nemen: In de loop der tijd is door een slimme ambtenaar het uren-deel al als niet ter zake doende benoemd, “omdat hij ook wel eens overwerkte”. Elk bezwaar werd opzijgezet met de opmerking: “zo doen we het voortaan”; die uitdrukking is daarna nog vaak gebruikt door VWS en NZa; zij noemden dat “overleg”. Daardoor werd het “meerwerk”, dus méér dan de gewone volle werkweek met al zijn extra’s niet meer meegenomen in de berekeningen. Het gevolg was, dat méér verrichtingen resulteerden in een lager tarief, zelfs als dat meerwerk niet van jou kwam. Dus, in een jaar waarin je het druk had en extra uren moest maken kreeg je je geld, maar het jaar daarop kreeg je voor dezelfde verrichtingen een lager tarief. Je werd gestraft voor je inzet. De fte werd hier geherdefinieerd, vooral met die opmerking “nu doen we het zo”.


Moet men zich eens voorstellen: Die ambtenaar had wel een vast inkomen, wel een arbeidsongeschiktheidsverzekering, (geen wachttijd), een ziektekostenverzekering, een pensioen, maar had geen enkele investering, geen verantwoording tegenover patiënten, personeel, financiers en leveranciers en die ambtenaar ging dus een tandarts die op verrichtingenbasis werkt vertellen dat zijn inspanningen bestraft zouden worden, want hijzelf werkte als ambtenaar toch ook hard. De kletskoek waarmee dit verhaal werd opgediend werd door de beroepsgroep veel te gemakkelijk geslikt.

Er kwam wel eens commentaar op de laffe houding van de ons vertegenwoordigende bestuurders, maar een oud-voorzitter van de (K)NMT zei als reactie, dat ze bij een kritische houding niet geaccepteerd zouden worden als gesprekspartner door VWS, NZa en consumentenorganisaties. Nou, én?

Daarna werd de roep om vrije tarieven en de wens tot tarief daling gecombineerd; Minister Klink meende overigens nog terecht dat we er helemaal niet klaar voor waren, maar minister Schippers praatte in 2011 de VWS-top na en ze introduceerde ook bij ons de bekende slogan “ meer en beter voor minder geld ” met concurrentie op vrije tarieven en clustering van verrichtingen in een experiment vanaf 2012.

Als je weet dat in de jaren ‘60/70 de clustering juist ongedaan werd gemaakt omdat het ondoorzichtig was, dan is een nieuwe clustering weer net zo ondoorzichtig, dus vragen om moeilijkheden. Toch belegden bestuurders, zoals genoemde oud-voorzitter en een andere oud-bestuurder in mei 2011 vergaderingen in het land om vrije tarieven te promoten en de collegae te waarschuwen, dat niet-akkoord gaan zou betekenen dat “we” tientallen procenten zouden worden gekort via kostenonderzoeken. Zij praatten beiden als de bekende Brugman tegen een onwillige vergadering. Laat het even op u inwerken: reeds in 2011 werd zonder enig onderzoek al gedreigd met enorme kortingen! Bij de observatie van die vergadering was het intrigerend en fascinerend om te zien hoe de bestuurders kans zagen om een onwillige vergadering geheel om te turnen tot hun wens om een vrij tarief, en de voorwaarden geheel lieten ondersneeuwen. Het was bestuurlijk-manipulatief een juweeltje, praktisch werd het een ramp.



Pagina 8 van 22

Voorbeelden van onredelijkheid: -Aan het eind van 2011 bleek dat de maatregelen van vrij tarief en clustering al waren ingegaan en heb ik nog net op tijd bij de NZa met argumenten bezwaar gemaakt. Daar wilde men niets weten van mijn mening of argumenten, “want ik was niet onafhankelijk”. Het was net of je tegen de muur praatte, geen enkel argument kwam aan. -Via een kort geding bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven heb ik geprobeerd om tot uitstel en aanpassing te komen, maar daar hoorde je de opmerking “dat de beroepsgroep akkoord was gegaan”. De rechter “zat daar niet voor mijn gelijk, maar om belangen af te wegen”. Kortom,” wat zeur je nu”. -------------------


In de daarop volgende kerstvakantie hebben mijn assistentes en ik alles uit de kast moeten halen om onze verrichtingen van 2011 te turven, tarieven te berekenen en nieuwe rekeningen te laten drukken. Men zei daarna vaak, dat ik maar had moeten automatiseren. Onze handmatige administratie liep al 30 jaar op rolletjes. Als men weet welke financiële offers door andere praktijken zijn gebracht bij automatisering, wisseling of stoppen van boekhoudprogramma’s, met converteren (of onmogelijkheid om te converteren) dan was mijn keuze nog niet zo verkeerd, maar op dat moment lastig. Men mocht geen overleg voeren met collegae vanwege de beoogde concurrentie. Als je bedenkt hoeveel kennis en kunde over de tariefsopbouw op dat moment werd weggegooid, sta je versteld over het gemak waarmee 40 jaar opbouw overboord werd gegooid en het stil bleef in de branche.

--------------------------
Wel, u kent het vervolg. De clustering van verrichtingen schoot velen in het land in het verkeerde keelgat. Enorme commotie ontstond over de tarieven en het vuur werd door de verzekeringen en media nog eens flink opgestookt. VWS en de NZa wisten beter, maar hielden zich muisstil, want het topic was niet populair. Bovendien hadden ze gemerkt dat de tarieven wel herrekend waren ( de KNMT had een rekenmodule beschikbaar gesteld), maar niet gedaald door de beoogde concurrentie. De voortgangsrapportage van de NZa samenvattend, stond er later dat de omzetten van 2011 en 2012 identiek waren; dus in feite was er niets aan de hand.

Uiteindelijk heeft de Tweede Kamer in augustus 2012 in opperste wijsheid besloten om het “experiment” met de vrije tarieven al per januari 2013 te staken. Daarna had ik in september 2012 een maand lang niets te doen,( geen inkomen, wel kosten) door de reactie van de markt, een soort kopersstaking; nog nooit meegemaakt, gelukkig ook nooit meer voorgekomen. Zonder op te scheppen: toch een verlies van 25.000 euro omzet, dat niet is in te halen. Verder konden we opnieuw de voor duizenden euro’s nieuw gedrukte rekeningen weggooien….., ach, details. Als ik alles zo eens optel aan kosten en omzetverlies, met vergaderingen, tijdverlies in de kerstperiode adviezen van accountants en advocaten, procedures bij NZa en CBb, twee maal rekeningen laten drukken, het omzetverlies in september en dergelijke, dan ben ik in de periode 2011-2012 zeker een halve ton euro’s lichter geworden. Daar heeft die ambtenaar die ons de overwerkvergoeding afnam nooit aan gedacht.(pagina 7). Hij zal overigens ook niet gedacht hebben aan de gevolgen van de inbraakgolf bij tandartsen in Nederland. Er werd bij mij voor 60.000 gulden gestolen, ik moest voor 100.000 investeren omdat de oudere technieken van de unit-aansluitingen niet meer leverbaar waren en er werd door de verzekeraar 44.500 gulden vergoed. Ik mocht dat zelf financieren. Als de bureaustoel van die ambtenaar gepikt wordt krijgt hij op kosten van de belastingbetaler een nieuwe stoel…… ---------------------------

Van het CBb kreeg ik in bodemprocedure nog ongelijk ook, terwijl het experiment al was afgekeurd…….,rara. -------------------------

Maar ik dacht, “alles is weer bij het oude, ik ben wel veel geld kwijt, maar vooruit”. Daar had ik buiten de waard gerekend:
Pagina 9 van 22


Overzicht tariefsverlagings-machinaties door NZa en Deloitte:

Er was dus geen reden voor de ophef, maar er was ook geen tariefsverlaging, en dat wilde het ministerie van VWS graag, dus gaf het de “onafhankelijke” NZa opdracht ( zij noemden dat een aanwijzing) om aan te tonen met een kostprijsberekening, dat de tandartsen teveel verdienden, om zo toch te kunnen korten op de tarieven. Ik zeg dat wat kort door de bocht, maar daar kwam het wel op neer. {Dat de NZa niet onafhankelijk meer was kwam door de filering van de organisatie in de rapporten “Andersson” en later“ Borstlap” welke laatste was opgesteld na de zelfmoord van de heer Gotlieb bij de NZa (wegens pesten omdat hij een klacht had ingediend over het functioneren van de NZa), waarna het ministerie van VWS had besloten dat de NZa geen beleid meer mocht ontwikkelen, maar alleen opdrachten uitvoeren. Uit het eerste rapport volgde dat de marktwerking eigenlijk mislukt was. Uit het tweede rapport was gebleken dat er van alles mis was binnen de NZa-organisatie tot bonusregelingen toe. }.

De NZa huurde Deloitte in om zogenaamd een externe “onafhankelijke” expert met een steekproef de verdiensten van de tandartsen te laten bekijken. Data werden meerdere malen gevorderd, zodanig dat een collega besloot om de boete te nemen in plaats van opnieuw data te leveren. Hij had zich echter vergist: het ging niet om 1.000 euro, maar om 1.000 euro per dag; hij mocht 44.000 euro aftikken. Binnen de afdeling Amsterdam wilde de toenmalige voorzitter geen maatregelen tegen de NZa, “want we waren geen actiegroep”. En met zo iemand moet je de oorlog winnen? Wel, uit de data bleek dat de tandartsen eigenlijk tekort kwamen op het destijds ingestelde norminkomen. Tja, het was niet de bedoeling om de tarieven te verhogen, wat nu? Er werd toen bedacht om per praktijk te kijken naar de omzet. Dat zette ook niet veel zoden aan de dijk als je daar de gewone statistiek op los liet. Immers de statistiek laat een curve zien en volgens de geldende wiskunde/ statistiek worden de extremen niet meegenomen en dan kwamen er geen rare getallen uit. Dat kan ook helemaal niet, als je bedenkt dat er tientallen jaren op toegezien is dat men niets teveel zou krijgen.

Toen zag iemand, mogelijk bij de afdeling Cure van de NZa het licht: Gebruik, tegen de normale wiskunde/ statistiek in, de extremen ook, dan is het gemiddelde per praktijk hoger en kan er “dus” gekort worden op de tarieven. Dat je bij een steekproef niet onvergelijkbare grootheden ( solisten, deeltijders, grote praktijken, ketens met externe financiers) bij elkaar in één grafiek zet en dan ook nog eens in diezelfde steekproef niet de extremen meeneemt is zo basaal, dat de gedachte alleen al vreemd was, maar als je daarna jarenlang volhoudt dat de extremen ook bijdragen aan het gemiddelde en zo dat gemiddelde ver naar boven bijstelt en het tarief verlaagt, is niet alleen vreemd, maar opzettelijk frauduleus en misdadig; men keek niet naar de mediaanlijn. Men vergeleek appels met peren, zogezegd vergeleek men de directeur van de buurtsupermarkt met die van de Albert Heijn organisatie; het idee was even crimineel als geniaal!

Deze manier van steekproef houden en de uitkomsten naar je hand zetten benadeelt de hele branche. De NZa ontkende natuurlijk dat naar gewenste cijfers was toegewerkt, maar in mei 2011 werden we al met diezelfde cijfers gedreigd. Laat dit onderzoek maar eens publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift; de NZa en Deloitte zouden met pek en veren overladen worden. Als u in de gelegenheid bent, lees dan eens het artikel van professor Smeets in Arts en Auto van 1-2020 Daarin geeft ze aan dat er veel met getallen wordt gesmeten in politiek, wetenschap en media. Zij geeft ook een prachtig voorbeeld over het woord “gemiddeld”: De Amerikaanse (VS) gezinnen zouden gemiddeld 100.000 dollar voor hun pensioen hebben gespaard. Of dat genoeg is laten we even buiten beschouwing; belangrijker is dat de mediaanlijn op 5.000 dollar ligt, dus dat 50% van de gezinnen minder dan 5.000 dollar voor later heeft kunnen wegleggen. Nou, dat is nu precies wat de NZa en Deloitte ons geflikt hebben, de mediaanlijn zo verleggen dat we gemiddeld zogenaamd teveel verdienden. De gemiddelde omzet van 4 ton heb ik nog nooit in guldens of euro’s gezien, terwijl ik toch een zeer gemiddelde praktijk voerde.

Pagina 10 van 22

Zelf schat ik mijn omzetverlies (tot einde praktijk) door alle stommiteiten en criminele machinaties van NZa en Deloitte tot nu toe op een ton euro; voor de branche schat ik het op 100 miljoen euro per jaar, voorwaar geen klein bier.

Er schijnt wel onenigheid te zijn geweest binnen Deloitte over de slimmigheidjes. Kennelijk heeft iemand bij Deloitte bezwaar gemaakt en gezegd dat berekeningen van fte en omzetten zo niet hoorden, maar de NZa antwoordde reeds in 2013 “dat ze in hun rapport maar moesten schrijven dat deze analyse op een door de NZa verstrekte definitie is gebaseerd”…… De opdrachtgever vertelt de expert wat hij in zijn rapport moet zetten………. Die expert kan trouwens niet terug vallen op de opdrachtgever, maar heeft een eigen verantwoordelijkheid. Waar kennen we dat van? Was dat niet iets met jaarverslagen van beursgenoteerde bedrijven die op verzoek werden aangepast? Kan Deloitte alvast een winstwaarschuwing uitbrengen? Wat staat er nog meer in het dossier? Deze regel had waarschijnlijk ook zwart gemaakt moeten worden, maar wierp nu extra vragen op, maar ik mocht het dossier niet lezen, zelfs niet onder embargo. ---------------------- Het was vreemd dat er ruim een jaar of anderhalf voor nodig was om tot een rapport te komen. Toen de kortingen in het tarief voor het eerst bekend werden, was ik heel benieuwd naar de berekeningen en vroeg op een vergadering van de KNMT ( ik denk in het VVAA-gebouw) welke cijfers de NZa hanteerde. Het ontnuchterende antwoord van de toenmalige penningmeester was, dat hij dat nog niet wist (!). Dezelfde knaap is nu penningmeester bij de VVAA……

Op een later gehouden vergadering hoorde ik over een door de NZa gehanteerde gemiddelde omzet van 4 ton. Weer later werd door accountant Mastwijk het hoe-en waarom en de consequenties uitgelegd. In mijn praktijk met volle weektaak, niet de vrijdag vrij, had ik in 35 jaar nooit een omzet van gemiddeld 4 ton guldens of euro’s (of meer) gehad, dus ik werd door dat bedrag getriggerd en dook in de rapporten van- en over de NZa. Zowel wiskundig/statistisch als economisch was hier dus een misdaad gepleegd en ik verwachtte dat de beroepsgroep tekeer zou gaan; ik bleek de enige die openlijk bezwaar maakte tegen deze vondst van de NZa, de rest mokte een beetje binnenskamers tegen deze “autoriteit” omdat men doodsbang is voor de NZa en het ministerie, vooral onze vertegenwoordigers bij de KNMT en de ANT. Voor de Bühne werd wel wat geprocedeerd door anderen, maar er werd geen opstand georganiseerd. Het onderwerp werd verder doodgezwegen door die groepen en door het Nederlands Tandartsenblad. In mijn praktijk vroeg ik twee professoren om hulp, een wiskundige en een econoom. Beiden zeiden onafhankelijk van elkaar dat ik volkomen gelijk had, maar als de beroepsgroep zelf niet reageerde, zij hun nek niet gingen uitsteken en ik dat van anderen ook niet hoefde te verwachten (!) Dat is ook wel begrijpelijk, want als je een afwijkende mening verkondigt wordt je genegeerd, geboycot, doodgezwegen, uitgelachen of op andere wijze onmogelijk gemaakt. Dat is standaard en vaak effectief; het geldt over de hele wereld als beste tactiek.

Voorbeelden zijn er genoeg van sceptici die niet meer aan de bak komen; recent zei een tbs-deskundige iets kritisch en prompt mocht hij een congres niet meer toespreken. We wijzen wel naar andere landen met weinig tolerantie voor andere meningen, maar in Nederland is het krek hetzelfde. Rechters protesteerden zelfs in Polen; dan denk ik wel eens, protesteer liever hier. Het recente commentaar van de heer Tjeenk Willink, dat we niet zo naïef moeten zijn te denken dat Poolse toestanden hier niet kunnen, spreekt boekdelen. Hij was ook tegen ongefundeerde kritiek op rechters.

Er is nog even gedacht aan het Tuchtrecht binnen de accountancy. Dat werkt niet, omdat de Accountantskamer alleen individuen beoordeelt en geen organisaties; tja, probeer de namen maar te achterhalen (privacy).

Mijn mening heeft nog nooit in notulen gestaan, en praktisch zelden in tijdschriften, nieuwsbrieven of mailingen, een enkele uitzondering daargelaten. Doodzwijgen en uitlachen is heel effectief gebleken, maar kan dus ook enorm motiveren. ------------------------
Pagina 11 van 22

Bezwaar tegen de kortingen in 2015 werd afgewezen door de NZa . Gewoon ruiterlijk toegeven op de afdeling Cure dat ze verkeerd gehandeld hadden zat er niet in. De juridische afdeling binnen de NZa moest het standpunt van Cure verdedigen. Later bleek dat de NZa onder curatele stond van VWS, dus objectiviteit was helemaal niet te verwachten.

Ook in 2015 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven naar die kortingen gekeken in kort geding (voorzieningenrechter) en later in bodemprocedure. Tijdens het kort geding zei de rechter weloverwogen, “dat in de bodemprocedure wel eens kon blijken dat de NZa niet zoveel gelijk had als zij dacht”. De NZa keek sip en wilde niets meer toevoegen; Ik dacht “eitje”. In het vonnis van deze voorzieningenrechter stond ineens dat ik totaal ongelijk had en hij niet zou weten waarom ik met mijn praktijkvorm recht zou hebben op een norminkomen ( voltijds solist, 60% van de beroepsgroep). Zonder enige uitleg was de man 180 graden in zijn mening gedraaid t.o.v. de zitting; hoe vreemd! De man wist dus kennelijk niets van statistiek en niets van het norminkomen en mag wel rechtspreken.

Tijdens de zitting van de bodemprocedure wilde de rechter niet ingaan op de vreemde gedraging van de voorzieningenrechter. Hij vroeg niets aan de NZa, hoorde mijn verhaal aan en vroeg of ik alles had gezegd. Toen ik zei dat het niet lukte in het beschikbaar gestelde kwartiertje, sloot hij de zitting. In het vonnis van de bodemprocedure werd geoordeeld dat ik mijn stelling niet voldoende had onderbouwd. Dit is zo een kinderachtige uitspraak: eerst weinig tijd geven om je punt te maken en uitleg te geven, niets vragen en dan zeggen dat ik mijn zaak onvoldoende heb onderbouwd. De advocaat van de NZa heeft me nog uitgelachen omdat ik lekker geen stukken van de NZa had welke mijn stelling ondersteunden. Dat had hij beter niet kunnen doen. Mijn mening was, dat ik de regels van de wiskunde/statistiek niet hoef te bewijzen, omdat die algemeen bekend en aanvaard zijn. Als je als rechter niets van statistiek weet, laat je dan vervangen of laat je voorlichten, of geef mij de kans om het uit te leggen of bezwaar te maken. Na deze vonnissen wilde ik graag de letterlijke teksten van de zittingen van het CBb hebben. Dit werd me geweigerd, het zou te druk zijn; logisch dat ze niets gaven, want dan zouden ze “nat” gaan.

Er gingen na de tariefskortingen vele tandtechnische laboratoria failliet of werden ingekrompen tot eenmanszaken en personeel ontslagen, omdat de tandartsen niets te doen hadden en/of de opdrachten naar China verplaatsten, in een poging om de kortingen te compenseren door met lagere inkoop voor kronen of prothesen meer verrichtingen aan patiënten te verkopen. Wat de eigenaren en het personeel van de laboratoria in Nederland hebben mee moeten maken, de schade die toeleveranciers en financiers hebben geleden, is niet te beschrijven. Een geweldige impact, maar ik heb er niemand over gehoord. Ik ben overigens benieuwd wat de gevolgen zijn voor de techniek bij transport van -en naar China, i.v.m. het Corona-virus.

Na het faillissement van mijn vaste laboratorium vlakbij mijn praktijk, was het heel lastig voor mij om een nieuwe technicus te strikken. De diverse technici in de omgeving wilden mij wel een keer uit de brand helpen, maar niet op reguliere basis, want dan zouden ze weer personeel moeten aannemen, en daar hadden ze bedrijfseconomisch geen goed gevoel meer bij ( zullen we maar zeggen).

De schade aan de tandtechnische laboratoria wil ik de NZa niet strafrechtelijk aanrekenen, want ook ik zag dat niet aankomen. Dat het zo uit de hand liep is geen opzet van de NZa, maar zeldzame domheid. Het was echter wel een gevolg van hun fraude, en daarom denk ik dat de NZa, en mevrouw Kaljouw als leidinggevende, samen met Deloitte, wel degelijk verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor die gevolgschade. Op zijn minst zou men zich moeten schamen bij de NZa voor de beschreven gevolgen. Oh nee, zij zijn alleen maar bezig met goedkope zorg.
Pagina 12 van 22

Ik heb in voorgaande brieven uitgelegd waarom tandtechnische laboratoria wel moesten afslanken of failliet gaan: de schulden zouden onaanvaardbaar stijgen door afkoop van personeel, investeringen waren niet meer mogelijk en de inkomsten rechtvaardigden de bedrijfsvoering niet meer. Wat de tariefskortingen bij ons hebben veroorzaakt is door de hoogte van de bedragen nauwelijks te bevatten. Er is zelfs sprake van een zelfmoord na het stoppen met de vrije tarieven. En het gaat maar door! --------------------- Beroep bestaat niet bij het CBb, zoals u weet. Maar het bovenstaande heb ik besproken met de President van het CBb . Het betreft wel een persoonlijk gesprek, maar de inhoud was bepaald niet vrijblijvend: Deze vroeg mij glimlachend of ik wel eens overwogen had dat ik wellicht géén gelijk had, nu ik diverse malen geen gelijk had gekregen. Ik heb hem geantwoord, dat ik dat zeker had overwogen, maar als meerdere accountants en professoren zeggen dat ik gelijk heb, toch de twijfel over mijn mening bij mij kleiner werd……. Tevens zei ik hem, dat er nog niemand had aangetoond dat ik er naast zat. Het bleek dat hij zeer reëel was en hij liet zich ontvallen dat, als mijn verhaal juist was, hij niet begreep dat de tandartsen niet massaal in opstand kwamen. De President vertelde ook dat een herziening van het vonnis mogelijk is, mits er een nieuw feit is, dus ik hoef niet te zeggen dat men slecht heeft gekeken……. Verder hoefde ik niet bij hem te klagen over de rechters van het CBb; daar gaat hij niet over. Dat betekende dus uitvinden hoe Deloitte en de NZa de cijfers hadden gemanipuleerd.

Mijn vragen op WOB basis daarover werden genegeerd door de NZa maar ik kreeg wel veel zwartgemaakt papier. Bezwaar werd gedeeltelijk gehonoreerd met ontzwarten van wat mailadressen, maar de tekst bleef onleesbaar. Zodoende kwam ik bij de rechtbank Amsterdam, afdeling bestuursrecht om te proberen om wél leesbare tekst te verkrijgen. Mijn indruk was dat de rechtbank niet erg gecharmeerd was van het onderwerp. Daar stelde men mediation voor. Dit vergt naast de inspanning van de rechter ook een bepaalde houding van procespartijen. Daar hoort bij dat procespartijen zich flexibel opstellen en dat procesvertegenwoordigers / gemachtigden over voldoende mandaat beschikken om mee te bewegen met de ontwikkelingen die zich tijdens de zitting kunnen voordoen. De mediation mislukte. Het waarom is geheim, maar collegae, laat uw verbeelding spreken. De rechtbank ging daarna zonder verder onderzoek of overleg over tot een vonnis, waarin volledig werd meegegaan in het verweer van de NZa dat alles wat gezwart was viel onder de weigeringsgronden privacy, c.q. persoonlijke levenssfeer, intern beraad c.q. persoonlijke beleidsopvatting, bedrijfsgeheim en beleidsvrijheid.



Daarna kan je in beroep bij de Raad van State. Na een uitstel van bijna een jaar werd de zaak behandeld. Partijen was gevraagd om niet tijdens de zitting alle standpunten te herhalen, opdat er voldoende tijd voor de rechters van de RvS zou zijn om vragen te stellen. Tijdens de zitting werden er nauwelijks vragen gesteld, buiten de vraag of ik een bepaalde tabel had gekregen over de weigeringsgronden van bepaalde hoofdstukken. Die had ik niet gehad, maar als ik die tabel wél had gehad zou ik erg niets mee kunnen, want er stond niet wat er stond vóór er gezwart was. In feite voerde ik steeds een proces met handen op de rug gebonden of, zo u wilt, met een blinddoek op om niets te kunnen zien, in tegenstelling tot Vrouwe Justitia, die de blinddoek draagt om geen onderscheid te maken tussen partijen bij de rechtspraak. Er werd zelfs ook niet één voorbeeld uitgelicht om van de NZa te vernemen wat daar nou zo geheim aan was.

Het beroep werd afgewezen, want ik zou hebben erkend dat er weigeringsgronden zijn ( waar, wanneer, hoe heb ik dat erkend?) en er staat niet in de Wet dat vermeende fraude de weigeringsgronden opheft. Niets werd gezegd over misbruik van recht of misbruik van de wet door de NZa. Geen vragen aan de NZa onder ede, wederom niets over een dwangsom; ook geen uitleg waarom niet.

----------------------------
Pagina 13 van 22


Het is bekend dat je, zonder psychloog of psychiater te zijn, op de universiteit en in de praktijk leert om mensen te beoordelen op hun gedrag in woord en gebaar. Tevens leer je, zonder jurist te zijn, in de praktijk van tandheelkundig adviseur voor verzekeringsmaatschappijen en gedurende processen en dankzij publicaties om gedragingen en trucjes te doorzien waarmee juristen proberen je het bos in te sturen. Die kennis helpt niet altijd, maar verheldert wel veel.

Uiteraard ben ik bekend met het feit dat rechters in Nederland zich onafhankelijk en onbevooroordeeld met een pokerface zouden moeten opstellen tijdens processen, maar daar heb ik tijdens de processen nog niemand op kunnen betrappen; dat kan echter aan mij liggen. Bovendien hebben ze geen onderzoeksplicht ( ze mogen het wel), beoordelen wat hen wordt voorgelegd en kijken niet of er iemand gelijk heeft, maar wegen belangen af. Bij het CBb beoordeelt men bij uitstek de gezondheidszorg, dus mag je enige kennis van zaken verwachten. De belangen van VWS, NZa, etc., wogen kennelijk zwaarder dan die van de tandheelkunde branche en mij.

De uitspraken van rechters in procedures die de tandheelkunde aangingen verbaasden me en fascineerden -en intrigeerden mij zodanig dat ik me verdiepte in de achtergronden van het “hoe en waarom” . Dus, in tegenstelling wat sommige collegae meenden te lezen in mijn correspondentie, was het niet frustratie die ik tentoon spreidde ( het niet kunnen omgaan met teleurstelling), maar nieuwsgierigheid, gevoed door de uitspraken van professionele juristen die beter weten, maar dachten dat ze met wat juridische foefjes die “domme tandartsen” wel de mist in konden sturen.

Toen in 2016 een tandarts-jurist/ rechter benoemd werd als voorzitter van de KNMT, dacht ik dat instanties wel eens een poepje te ruiken zouden krijgen; niets is minder waar. We kregen zelfs eind 2019 en begin 2020 zalvende verhalen van hem dat de KNMT gaat samenwerken met de NZa in het onderwerp taakherschikking. Waarschijnlijk weer “om erger te voorkomen”. Zelfs de ANT distantieerde zich in een recente brief van de NZa-voorzitster mevrouw Kaljouw, die een breed draagvlak wenste, maar te kennen had gegeven dat ze zonder breed draagvlak toch de taakherschikking zou doorvoeren. Dan ga je je toch wel wat afvragen.

-------------------------


Het voortdurend bagatelliseren van de door mij geschetste problemen van de fraude is usance geworden. De fraude en gevolgen werden niet aangepakt, maar voor kennisgeving aangenomen. Zo heb ik vele ontwijkende antwoordbrieven gehad van diverse organisaties, zelfs met de vraag van direct betrokkenen om van de verzendlijst afgehaald te worden. Er zijn 12 brieven van de Commissie VWS van de Tweede Kamer ontvangen met de tekst dat een en ander voor kennisgeving is aangenomen. Andere organisaties of personen reageerden helemaal niet; de veiligste methode om je niet bloot te geven. De KNMT, afdelingen, VC, Ledenraad, ANT, NRC en anderen reageerden helemaal nooit, de Telegraaf, het Nederlands Tandartsenblad en weer anderen lieten eenmalig weten dat ze niet alles publiceren, De Nationale Ombudsman organisatie leverde eerst wel informatie over wat je bij een WOB-verzoek mocht verwachten, maar was not amused toen ik uitvond dat de huidige Ombudsman zelf bij de perikelen rond het CBb betrokken was. De NZa liet bij monde van de directeur strategie(!) weten dat mijn brieven niet meer zouden worden beantwoord. Deze strateeg sprak voor de wegduikende mevrouw Kaljouw en inderdaad werd een WOB- verzoek om gegevens over communicatie tussen NZA, VWS, KNMT en andere organisaties over bovengenoemde kwesties niet beantwoord. Deze strateeg zag het goed, hij dacht waarschijnlijk “laat die Kappers maar procederen, dan zijn we jaren verder en we worden toch beschermd”. Hij mag het me uitleggen als het anders is. Dat hij zichzelf op de lijst van medeplichtigen heeft gezet is deze geweldige strateeg ontgaan. -----------------------

Pagina 14 van 22


Het bestuursrecht hielp dus niet bij het oplossen van de problemen tussen de tandheelkunde ( en mij) en de NZa. Het oude WOB-verzoek om de communicatie tussen de NZa en Deloitte in te zien, is zorgvuldig getorpedeerd met weigeringsgronden.

Omdat de NZa in het verleden gewezen heeft op goedkeuring door de vertegenwoordigers van de beroepsgroep en ik dringend op zoek ben naar een “nieuw feit” om een vonnis van het CBb te kunnen laten herzien, verzocht ik, zoals al beschreven, de NZa, op WOB-basis, mij in kopie alle correspondentie en andere gegevensdragers te verstrekken tussen de NZa en VWS over zowel de periode 2011-2012 betreffende de voorgestelde kortingen versus de vrije tarieven in de tandheelkunde, de gegevens over de vrije tarieven zelf in genoemde periode, als de periode 2014-2015 over de kortingen. Daarnaast zou ik graag de gegevens ontvangen over de onderhandelingen in die periodes met de vertegenwoordigers van de beroepsgroep KNMT en ANT. Verder zou ik graag de verslagen en correspondentie ontvangen die betrekking hebben op de contacten van de NZa in die periodes met de vertegenwoordigers van de mondhygiënisten.

De nieuwe WOB-verzoeken per 25-10-2019, dus om gegevens over de communicatie tussen de NZa, VWS, KNMT, ANT en mondhygiënisten worden gewoon niet beantwoord. Logisch, want het geeft te veel inzicht in het hoe en waarom, dus het zou gezwart moeten worden en dat is veel werk. Omdat er toch geen boete meer staat op het overschrijden van termijnen of niet leveren van gegevens is kennelijk door de NZa gekozen voor de gemakkelijkste weg van het bestuursrecht “laat hem maar procederen”, wat mij geld kost en hen zo weer een paar jaar respijt oplevert en waarschijnlijk wordt het weer afgewezen op weigeringsgronden en ben ik mijn griffierecht en andere kosten weer kwijt. Daarmee is de WOB voor individuen een dode letter geworden.

De WOB-wet geldt dus niet voor de NZa: gewoon niets zenden binnen de wettelijke termijnen. Het is vast uitgedacht door diezelfde directeur strategie, die meldde dat de NZa niet meer zou antwoorden; of toch bevel van boven(?). --------------------


Aangezien de NZa en het Bestuursrecht de mogelijkheden om tot een vergelijk te komen intens bemoeilijkten, kwamen Strafrecht en Civielrecht directer in beeld. Daarom moest ik de NZa top en medewerkers en andere bestuurlijke wegkijkers waarschuwen voor hun persoonlijke betrokkenheid, aansprakelijkheid en strafbaarheid bij de fraude. Het gaat niet om een politieke wens; die is dom, maar niet strafbaar. Het gaat er om dat gefraudeerd is bij het verkrijgen van de gewenste cijfers. Misschien zelfs wel fraude gepleegd in vereniging met Deloitte, wie weet. Massage van de cijfers is in de politiek kennelijk normaal, maar zodra er bewust en zonder enige noodzaak gefraudeerd wordt om gelijk te krijgen en er schade aanricht wordt, is er toch een probleem. Het zal genoemden niet meevallen om wetenschap en opzet van de fraude te weerleggen.


Bijgaand een citaat van een overzicht over medeplichtigheid en uitspraken van de Hoge Raad daarover. Medeplichtigheid Van medeplichtigheid is sprake wanneer de verdachte het door een ander verrichte misdrijf bevordert of hierbij behulpzaam is geweest.
Medeplichtigheid in de wet Medeplichtigheid is in de wet strafbaar gesteld in artikel 48 Sr.:
"Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft: 1°. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf; 2°. zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf."
Pagina 15 van 22

In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen voorafgaande (consecutieve) medeplichtigheid: het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf, en de gelijktijdige (simultane) medeplichtigheid: het opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf, ook door het verschaffen van middelen.
Criteria bij medeplichtigheid Voor medeplichtigheid is dubbel opzet vereist. Met 'dubbel' opzet wordt bedoeld: (1) het opzet dat is gericht op de hulp die de medeplichtige verleent tot of bij de uitvoering van het gronddelict, en (2) het opzet op, dat wil zeggen wetenschap van het gronddelict (een misdrijf) dat door hem wordt ondersteund. Wat betreft deze tweede eis dient het opzet te zijn gericht op alle bestanddelen van het misdrijf waaraan de medeplichtigheid accessoir is, met dien verstande dat kennis van de precieze uitvoering van het misdrijf geen vereiste is. (Vgl. HR 13 november 2001, NJ 2002/245 en HR 4 maart 2008, NJ 2008/156) Een meer globale vorm van wetenschap volstaat in dit verband.
Verschil medeplichtigheid en medeplegen Waar het verwijt bij medeplegen zich concentreert op het gewicht van de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte, is het kernverwijt bij medeplichtigheid "het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf" (vgl. HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2629, NJ 2011/341). De discussie of er sprake is van medeplegen dan wel medeplichtigheid zal zich hoofdzakelijk voordoen bij de zaken waar het gaat om de gelijktijdige medeplichtigheid, in de zin van het opzettelijk behulpzaam zijn.
Het belangrijkste verschil is dus dat bij medeplichtigheid de rol van de verdachte beperkt is tot enkel het (beperkt) behulpzaam zijn bij het delict of het verschaffen van inlichtingen of middelen.
Verband medeplichtigheid en gronddelict Enerzijds moet ten aanzien van de medeplichtige bij de bewezenverklaring en kwalificatie worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan, en anderzijds bedraagt het maximum van de aan de medeplichtige op te leggen straf een derde minder dan het maximum van de straf, gesteld op het misdrijf dat de medeplichtige voor ogen stond. Het gaat bij de “handelingen” van de dader in het bijzonder om het desbetreffende gronddelict, met inbegrip van de bestanddelen daarvan. Daarbij sluit aan dat dat opzet van de medeplichtige niet gericht behoeft te zijn op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Ingeval het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige niet (volledig) was gericht op het gronddelict, moet het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige wel was gericht, voldoende verband houden met het gronddelict. Of van een dergelijk verband sprake is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Doorgaans zal wel kunnen worden aangenomen dat dit verband bestaat indien het misdrijf waarop het (voorwaardelijk) opzet van de medeplichtige was gericht, een onderdeel vormt van het gronddelict, zoals het geval is bij een misdrijf dat is begaan onder strafverzwarende omstandigheden (Hoge Raad, 27-06-2017, ECLI:NL:HR:2017:1158). Tot zover het citaat. ------------------------
In het bestuursrecht kan men vaak volstaan met het aannemelijk maken van je verklaringen. (Niet bij onze zaak, hoor……) Bij het strafrecht en civielrecht moet alles overtuigend bewezen worden. Voor strafbaarheid van ambtenaren is nog wat meer vereist, namelijk opzet moet worden aangetoond en de ambtenaar moet er beter van zijn geworden. Dus in feite kan elke ambtenaar een burger te pakken nemen, zonder daar ooit voor gestraft te worden, of hij/zij moet zich wel heel erg in de kijker spelen en veel ophef veroorzaken.

--------------------------

Pagina 16 van 22


Het moet de NZa vast deugd doen dat ze tot op het hoogste niveau bescherming geniet van wegkijkers, mensen die een voorbeeldfunctie hebben en twee keer hebben kunnen nadenken, maar toch de tandheelkunde zwart maken, de situatie verdraaien, goedkeuren, doodzwijgen, de fraude wel leuk vinden of voor kennisgeving aannemen. Het doodzwijgen in de media is ergens begrijpelijk: een collega verzuchtte dat er waarschijnlijk geen beroep is dat zo een slechte PR heeft als de tandheelkunde. Het onderwerp is niet populair, zelfs niet als de meerdere malen gefileerde NZa zelf ernstig fraudeert. Er zijn kennelijk ook veel mensen bang voor het eigen hachje of comfortabel pluche. De vertegenwoordigers van onze beroepsgroep hebben zich aan de vergadertafel laten inpakken en doorgaans wel aan hun eigen belang gedacht, maar niet aan het belang van hun achterban in alle schakeringen van de branche. Laat ik het zo zeggen, dat leiding geven aan een vereniging, organiseren van een zeil-weekend of manipuleren van een vergadering iets anders is dan vertegenwoordigen van een beroepsgroep of branche.

Dat de NZa geen verstand van tandheelkunde heeft kan ik de NZa niet kwalijk nemen. Zoals een medewerker van de NZa zei, was de NZa slechts met goedkope zorg bezig, hetgeen daar kennelijk het mantra is waarmee de eigen fraude wordt goedgepraat en verklaard. Maar ook dat betekent niet dat de fraude niet heeft plaatsgevonden en dat de NZa geen enorme schade en leed heeft veroorzaakt. De NZa heeft aangegeven niet meer te willen communiceren ( deed ze toch al niet), niets te erkennen en niet te willen schikken; we gaan zien.

Nadat mevrouw Kaljouw in een rondschrijven had gemeld dat de NZa niet de vijand was, had ik daar in mijn brief van 25-9-2019 zo mijn bedenkingen bij, maar vlak daarna verkreeg ik informatie over de brief van de ANT aan de NZa d.d. 2-10-2019, waaruit bleek, dat ik in mijn brieven niet zo maar wat verzonnen had, maar mevrouw Kaljouw wel degelijk had laten blijken, dat als men haar plannen niet breed wilde dragen, zij deze plannen zou opleggen. “Quod erat demonstrandum”, zouden de oude Romeinen zeggen, die overigens ook wel raad wisten met wil-oplegging. De NZa werd in de ANT-brief daarover enigszins gekapitteld, en ook over de andere ambities. Ik ben benieuwd of het ANT de rug recht houdt.

Ook kreeg ik vlak daarna de “Stand van Zorg 2019” onder ogen, geschreven door mevrouw Kaljouw met een verhaal van 61 pagina’s, welke ik me veroorloof om samen te vatten met de slogan van voormalig minister Schippers: “Meer en beter voor minder geld”. Ik heb het stuk gelezen en heb wat opmerkingen: -Ten eerste is de verzuchting van een collega, dat ik kortere brieven moet schrijven, met de lengte van dat rapport weerlegd; mevrouw Kaljouw schrijft -en leest wel degelijk lange stukken, -Ten tweede mis ik het benoemen van oorzaken die de medische sector niet in de hand heeft bij de stijging van de zorgkosten. ( 100.000 inwoners er bij in 2018) , -Ten derde mis ik de oplossing die de NZa heeft voor het geval dat de 130.000 vacatures in de gezondheidszorg wél vervuld worden, -Ten vierde mis ik de oplossing voor de achterwacht bij taakherschikking in de tandheelkunde, zowel de praktische kant van de achterwacht, als ook de compensatie van de nieuwe financiële aanslag op het inkomen van de tandarts, -Ten vijfde kan het tekort aan opleidingsplaatsen voor tandartsen toch niet leiden tot wéér een onderzoek? Het is allang bekend dat men wil bezuinigen en taak-herschikken. We zijn 50 jaar terug in de tijd met 15% buitenlandse tandartsen, wat wilt de NZa nu?

De NZa durft allerlei zaken niet te benoemen, wellicht omdat het niet lekker ligt bij VWS en de politiek, maar daarmee ondergraaft de NZa zelf de onafhankelijkheid. Iedereen kan zoiets vrijblijvends schrijven. Leuk zo een rapport, maar het voegt niets toe.

Pagina 17 van 22


Mevrouw Kaljouw komt zelf uit de verpleging; denkt ze nu echt dat haar oud-collegae staan te springen om ’s nachts billen te wassen voor een uurtarief dat de één te weinig vindt en de buitenstaander een prachtig salaris vindt, maar waar de spreekwoordelijke loodgieter overdag niet voor langs komt? En dan moet die nachtelijke werker ook de eigen gezondheid opzij zetten en reizen op ongunstige uren met…. wat?

Je zou willen zeggen “wees eens flink” en laat de politiek, -of keuzes maken wat vergoed wordt en aan wie, of laat de politiek reserveren voor een steeds grotere som voor de gezondheidszorg, maar schuif dat niet af op de werkers in de gezondheidszorg. Natuurlijk kan alles beter en efficiënter, maar laat haar eens mee gaan met een thuiszorger of wijkverpleegster in Amsterdam: die kan nergens parkeren en zal in weer- en wind de fiets moeten pakken en maar zien hoe die de taken op tijd klaar krijgt.

Zelf heb ik helaas vanwege een herseninfarct kortgeleden ziekenhuizen en een revalidatieoord moeten bezoeken; Om hulp vragen mocht, hulp krijgen was wat anders, want er was niet voldoende personeel. Ik nam het niemand kwalijk, want de aanwezige werkers liepen de benen uit hun lijf. Als de NZa zich nu eens op die personeelstekorten zou richten, dan is ze veel beter bezig dan met het willens en wetens frauderen met cijfers. ------------------ Voorlopig is Mevrouw Kaljouw, ondanks haar wegduiken achter anderen, verantwoordelijk voor ernstig ambtelijk falen en door ontkenning voor mij een belangrijke medeplichtige aan de fraude. Of de opdracht tot fraude uit de koker komt van de NZa, of is verkregen via een opdracht van VWS of ontsproten aan een denkbeeld van Deloitte, is de vraag. De hoofddader is nog onbekend; de lijst van medeplichtigen wordt nu wel steeds langer. De schade die is aangericht is enorm. Ik meen dat mevrouw Kaljouw als leidinggevende, samen met haar medeplichtigen, verantwoordelijk zijn voor die schade en aansprakelijk en voor een groot deel strafbaar zijn. De NZa wijst aansprakelijkheid af bij monde van een directeur strategie, maar geeft daar voor geen afdoende uitleg. Afwijzen is gemakkelijk, en voor mij is bewijzen een stuk lastiger zonder inzage in de stukken. De rijksrecherche heeft wat dat betreft veel meer bevoegdheden en zo kom je automatisch weer bij het strafrecht. ------------

Centraal voor het Strafrecht staan nu de vragen: -wanneer gaat politieke druk over in chantage? -wanneer gaat massage van opgevraagde data over in fraude? -wanneer gaat de andere kant opkijken over in medeplichtigheid? -is het bewijsbaar? -is er sprake van opzet? -zijn er ambtenaren of anderen beter van geworden?

Het bewijs is er grotendeels; de fraude is vrij simpel aantoonbaar voor eenieder die iets van statistiek afweet. Kort geleden was er een bericht dat de rechters bijgeschoold zouden worden in de kennis van de statistiek. Ik ben benieuwd of dat helpt, want onwil voorkom je niet met bijscholing.

Is er opzet? Na alle overleg en waarschuwingen, is het toch doorvoeren van door fraude verkregen gegevens om tot een gewenste tariefsverlaging te komen te benoemen als puur opzet. Het spreekwoord “een stok vinden om de hond te slaan” kan hier zonder meer aangepast worden tot de uitspraak “een stok maken om de hond te slaan” . Dat de hoofddader nog niet bekend is komt door geheimhouding, maar dat moet met strafrechtelijk onderzoek te doorbreken zijn.

Is er iemand beter van geworden? Dat kunnen we wel stellen.
Pagina 18 van 22

Begrijp me niet verkeerd: elke persoon of organisatie deed ook goede dingen, maar “vergat” uit eigenbelang om de foute dingen tegen te houden of te herstellen. -Alleen al “onafhankelijk expert” Deloitte is op basis van de opdracht heel veel geld rijker geworden. -Volgens het rapport Borstlap kende de NZa een bonuscultuur en daarvan ken ik geen verandering. De NZa maakt goede sier met de politiek beloofde goedkopere gezondheidszorg, maar presteert in feite niets. Ze zijn bij de NZa wel de onafhankelijkheid kwijt; VWS maakt nu het beleid. De NZa vreesde opheffing, maar mag blijven bestaan als uitvoerder van aanwijzingen. -De rol van -en opbrengst voor VWS is nog ongewis. Wel is duidelijk dat de “aanwijzing” tot kostenberekening van hogerhand kwam en geen fundament had van betekenis. VWS-directie en minister reageren niet. -Het CBb was lange tijd onderwerp van opheffing, dus bang voor de prachtige banen en dus niet onafhankelijk; zij mochten blijven na jaren van onzekerheid. -Leden van de Raad van State, afdeling bestuursrecht, werken ook bij het CBb; maak mij wijs dat er geen dwarsverbanden bestonden, in ieder geval waren woord en gebaar niet overtuigend voor het gevoel van onafhankelijkheid en onbevooroordeeld overgekomen. Ook zij leken de fijne banen belangrijker te vinden dan waarheidsvinding; er werden geen vragen gesteld aan de NZa. -De Nationale Ombudsman kreeg zijn benoeming juist in de heikele periode als lid en president van het CBb. Helaas was hij niet benaderbaar voor overleg of uitleg. -Oud-leden van het bestuur van de KNMT besturen nu in andere organisaties, of spreken op congressen.

Zo kunnen we nog wel even doorgaan over de andere betrokken, velen met boter op het hoofd, met belangen die net even minder ver gaan dan directe zelfbescherming en zelfverrijking. -Dat een Telegraaf niets publiceert is te begrijpen: ze zaten er helemaal naast met hun publicaties over de vrije tarieven en de Nationale Ombudsman is hun gewaardeerde columnist. -Dat de NRC niet reageert is ook begrijpelijk; het is niet hun item én het is niet populair. Zij waren overigens wel de gangmakers voor de rapport Borstlap-2014 (dat weer verwijst naar de rapporten Andersson, waarvan niets is geleerd), ingesteld door de Tweede Kamer vanwege de enorme herrie die de NRC veroorzaakte in de zelfmoordkwestie Gotlieb bij de NZa. {Borstlap, 9-2014,blz. 189 over NZa: “wilde gezichtsverlies voorkomen en gooide bakken met gemeenschapsgeld weg om het eigen straatje schoon te houden”}. -Een KNMT reageert niet omdat het bestuur en interne commissies teveel hangen aan hun rust en baantjes. Wat heeft een hoofdbestuur nu gedaan of bereikt? Wat deed het VC? Wat doet de Ledenraad nu? Via via hoor ik dat het onderwerp fraude/NZa niet in de Ledenraad behandeld zal worden. Waarom zijn de afdelingen steeds verder samengevoegd en uiteindelijk opgeheven? De KNMT 2.0 is in mijn gevoel één grote coup geweest om iedereen monddood te maken. Het hoofdbestuur is trots op 10.000 leden, maar in feite is de vereniging, net als de ANWB en andere grote verenigingen verworden tot een soort ongrijpbare organisatiestructuur, waarbij wel zeker wat voor de leden wordt gedaan, maar vertegenwoordigers niet bereikbaar zijn en de beroepsgroep als zodanig in de kou staat. De uitspraak van een oud-bobo van de (K)NMT, dat “ze de kortingen over een paar jaar toch vergeten zijn”, spreekt boekdelen over de wijze waarop deze man denkt over de collegae, en het totale onbenul over wat hij en medebestuursleden hebben aangericht. -Een ANT, nota bene opgericht omdat bij de NMT destijds in vergaderingen gewoon de microfoon werd uitgezet om een spreker de mond te snoeren: reageert niet. Ja, een bobo daar weet te vertellen dat ik nergens serieus wordt genomen, maar zelf doet hij niets om de fraude aan de kaak te stellen of schade af te wenden; hij staat er bij en kijkt er naar. Ik moet wel zeggen dat recent de ANT een brief aan de NZa heeft geschreven dat ze overleg niet zo zagen zitten als bij voorbaat gezegd wordt dat een project desnoods zonder brede steun doorgaat ( in dit geval taakherschikking). -Het Nederlands Tandartsenblad NT wilde niets publiceren, geen ingezonden brief, geen artikel. Ik heb nog een email van het NT, waarin staat dat men niet zou publiceren, dat men mijn mening kende en men zich er aan ergerde. Kennelijk wil het NT liever geen openheid.

Het negeren, niet reageren, doodzwijgen, ontlopen, uitsluiten, uitlachen, zwart maken is in alle geledingen van de samenleving te vinden. Ik heb al wat voorbeelden gegeven. Begrijpelijk dat velen daarvoor vrezen. Fascinerend dat het kan in Nederland anno 2020.
Pagina 19 van 22


Sommigen spraken van frustratie bij mij; dat heb ik gelukkig niet. Recent was ik op een bijeenkomst waar ook een aantal oud-collegae waren. Het bleek dat er tandartsen zijn die wél zo gefrustreerd zijn dat ze helemaal niets meer van tandheelkunde willen horen. Dat is pas erg. Hoeveel passie, kunde, kennis en ervaring gooit men weg? En maar kletsen over een breed gedragen verandering in het beroep. Ondertussen de preventie verwaarlozen en ongenuanceerd de verdiensten van de solist uithollen, door zich te richten op de omzetten van grote ketens en door de lichtere verrichtingen via taakherschikking aan anderen te schenken, zonder enige compensatie voor de solist. ---------------- Dan gaan we verder met het hoofdstuk Strafrecht: Destijds heb ik dus de Politie geraadpleegd, die verwees me naar de Rijksrecherche , die verwees naar de Hoofdofficier van Justitie in de Regio Utrecht. Deze verwees rijkelijk laat naar het OM in Amsterdam, met als reden dat daar meer ervaring is met complexe zaken. Maar…..,Amsterdam zat ook niet op deze hete aardappel te wachten. Corrigeer me maar als ik dan meen dat het OM in Amsterdam bepaalde woorden zal hebben gebruikt bij het zien van deze zaak, woorden die niet direct voor publicatie geschikt zijn, maar er werd me kort en bondig in nog geen A-4 meegedeeld dat men geen strafbaar feit constateerde. Géén gesprek, géén aangifte, géén vervolging. Stelt u zich voor: als de portemonnee wordt gerold en je kunt de dader zelfs aanwijzen, volgt aanhouding, aangifte en veroordeling tot een taakstraf, toch? Hier wordt willens en wetens een hele beroepsgroep opzettelijk met fraude opgelicht, 100 miljoen euro per jaar afhandig gemaakt, werkelijk gigantische schade aangericht, en dat zou niet strafbaar zijn? Heeft het OM nu gelijk, of hebben ze geen zin omdat het druk is, zijn ze dom of gewoon incapabel? Wie het weet mag het zeggen. In ieder geval waren alle bovenstaande organisaties tot hun genoegen van deze hete aardappel verlost. Later verwees het OM in Amsterdam zonder termijn naar het Gerechtshof in Den Haag, terwijl op internet staat dat men binnen drie maanden bij het Gerechtshof in het gebied waar de beslissing is genomen ( Amsterdam) moet zijn voor een artikel 12 sv-procedure. Wat is correct, was ik te laat? Juristen die er beroepsmatig mee bezig zijn wisten het niet; hoe moet ik het dan weten? Kort geleden kreeg ik een schrijven dat volgens de Wet alleen het Gerechtshof in Den Haag bevoegd is en de zaak waarschijnlijk door onderzoek een half jaar in behandeling is. ---------------- Wat te doen aan obstructie door rechters die zogenaamd niets begrijpen, geen uitleg geven en geen letterlijke tekst van processen willen leveren? Soms kan je in beroep nog iets bereiken, maar als er geen beroep is, kan een herziening soms uitkomst bieden. In het algemeen is een klacht tegen een rechter vrij kansloos gebleken, maar niet onmogelijk.

Zo is recent de voormalig magistraat Hans Westenberg veroordeeld tot een schadevergoeding van 1,4 miljoen euro wegens misbruik van procesrecht ( hij had gelogen). Maakt u zich overigens geen zorgen om Hans, want die schadevergoeding en de torenhoge rekening van zijn advocaat worden door de belastingbetaler voldaan. Dat is heel wat anders dan de boete van een ton die een collega-orthodontist kreeg toen hij probeerde te ontsnappen aan de fraude door de NZa: hij liet patiënten een prestatie bij zijn Duitse praktijk afnemen en dat mag niet. Hij mag die 100.000 euro boete én zijn advocaatkosten zelf betalen. Voor zover ik weet durfde de advocaat het niet aan om de fraude door de NZa prominent naar voren te brengen.


Het blijft vreemd dat een frauderende NZa een persoon die de fraude probeert te ontlopen een boete kan (laten) bezorgen, zonder dat enig rechter zich oorzaak en gevolg laat uitleggen. Dat geldt trouwens ook voor de door mij gemelde NZa fraude; die wordt kennelijk overal als normaal gezien. Tja, het is vreemd gesteld met het recht in Nederland. Dat het anders kan bleek uit een uitspraak van de rechtbank in Den Haag: de overheid mag niet zonder behoorlijke onderbouwing de tarieven in de ambulante GGZ verlagen. ---------------------------
Pagina 20 van 22

Men raadde mij aan om lid te worden van bepaalde groeperingen. Geen van die groeperingen heeft echter een opstand georganiseerd. Meer voor de hand ligt dat iedereen zich bij mij aansluit en we een opstand organiseren. Ik zie u niet op het Malieveld staan, maar er zijn ook andere manieren. Alleen een grote groep maakt indruk. Wie durft?

Samenvattend: -Wat wilde men eigenlijk bij de NZa bereiken, was er een goede/ernstige aanleiding om de tandheelkunde aan te pakken? Bij de NZa bleek men aan de leiband te lopen van VWS en moet men gewoon opdrachten uitvoeren. Er was geen ernstige aanleiding. Bij VWS heerste de jaloezie en afgunst over de winsten in de ketens; de solisten werden er met statistiek- fraude met herdefiniëring van fte en “gemiddelden” op afgerekend. Uitkomsten die politiek slecht uitkwamen werden onder druk van topambtenaren net zolang gemanipuleerd tot er het gewenste beleid op kon worden gemaakt, oftewel gekort kon worden. Bij VWS en NZa vindt men kennelijk dat aanpassing en loyaliteit aan de wens van de groep belangrijker is dan waarheidsvinding; men wil niet verbeteren, maar vernietigen. Ze hebben geen moment willen luisteren naar de mensen waarmee ze het oneens waren, noch het debat willen aangaan. De wetenschap werd misbruikt om emotie te ondersteunen, niet om te controleren. Er wordt op korte termijn gehandeld, zonder naar de effecten op lange termijn te kijken. Men wekt bij VWS en de NZa de indruk met een spel zonder spelregels bezig te zijn. Als wetenschappelijk discussie gesaboteerd wordt, dan weet je dat er wat mis is.

-Wat was mijn doelstelling richting NZa, wat wilde ik bereiken en waarom is die doelstelling veranderd? Aanvankelijk wilde ik niets meer dan de toezegging van de NZa dat deze fraude nooit meer zou plaats vinden. Dat konden ze met mij afspreken of met de vertegenwoordigers, openlijk of in achterkamertjes. Na de weigering en hautaine bejegening door NZa en hun advocaat, verviel die optie. Na de negatieve uitspraken van het CBb en anderen van de magistratuur werd ik nieuwsgierig naar achtergronden, kwam een hoop te weten, maar niet genoeg om een flinke vinger achter de fraude te krijgen. Mijn doelstelling is nu om de incapabelen, daders, medeplichtigen en meelopers weg te krijgen. En ik wil logischerwijze nu mijn geld; ik laat me niet beroven voor een ton en nog uitlachen ook. Een ingewijde zei een paar jaar geleden op de Jaarbeurs in Utrecht dat “ik gelijk had, maar nooit gelijk zou krijgen omdat de belangen te groot waren”; zou hij gelijk hebben? -------------------------------

-wat kunnen het Bestuursrecht, Tuchtrecht, Strafrecht en Civielrecht voor ons betekenen?

Het Bestuursrecht: is ondoorgrondelijk gebleken, niet alleen voor mij, maar voor allen die geprobeerd hebben om de NZa en Deloitte via die weg te stoppen. Rechters bij het CBb, zonder inzicht in statistiek of werking van het norminkomen, mogen in eerste en enige aanleg ( dus zonder beroepsmogelijkheid) ongemotiveerd rechtspreken. Zij zouden worden bijgeschoold in de statistiek, maar eventuele onwil kan je niet bijscholen. Advocaten accountants, tandartsen zijn uitgegleden op de bananenschillen die zijn rondgestrooid om ons maar geen voet aan de grond te laten krijgen met welk argument ook. Maar, herziening van een vonnis is mogelijk, mits er een nieuw feit wordt geproduceerd. En dat, collegae, wordt zorgvuldig getorpedeerd met weigeringsgronden bij WOB-verzoeken. Er zijn wel omstandigheden die een rol kunnen spelen; daar ben ik mee bezig.

Het Tuchtrecht: is voor een klacht tegen accountantskantoor Deloitte nagenoeg onmogelijk, omdat de Accountantskamer die daar over gaat, alleen klachten tegen individuele accountants behandelt (onmogelijk vanwege geheimhouding van identiteit i.v.m. privacy) en geen klachten tegen organisaties behandelt. Zou er al een klacht door deze verdedigingsmuur heenkomen en tot een veroordeling leiden, dan kan die persoon in hoger beroep bij…. Het CBb.
Pagina 21 van 22


Het Strafrecht: leek een goede optie toen bleek dat de NZa, VWS en politiek en CBb geen zin hadden om in te grijpen. Maar……., het bleek in een jaar tijd niet mogelijk om zelfs maar een begin van aangifte te doen. Betrokken organisaties schoven de hete aardappel door, om er maar vanaf te zijn. Het OM in Amsterdam maakte het heel bont: zonder aangifte schreef men dat ik aangifte had gedaan en dat de betreffende officier géén strafbaar feit zag. Het is niet mijn taak om de fraude panklaar aan te leveren, maar nergens is men bereid geweest om aangifte op te nemen, met als laatste argument dus dat de officier niets strafbaars zag en me de mist instuurde… Dus zijn er nu twee vragen gerezen: -Ben ik te laat of wordt ik geëxcuseerd omdat ik helemaal nog geen aangifte heb gedaan en tevens wegens de slechte voorlichting door het OM over plaats en termijn van bezwaar? Het lijkt er op dat ik me hier mooi in de luren heb laten leggen! -Of doet iemand anders aangifte?

Het Civielrecht is ook een mogelijkheid, maar de ongelimiteerde belastinggelden waarover de NZa en VWS kunnen beschikken en het feit dat de Deloitte-organisatie lacht om de miljoenenboete in de Vestia zaak, maakt dat ik op achterstand sta en een crowd-funding eerder een optie lijkt, dan mezelf failliet te procederen.


-------------------------------


Het is bijzonder dat een paar kwaadaardige ambtenaren in staat zijn om 20.000 tandartsen, tandtechnici, personeelsleden, toeleveranciers en financiers te gijzelen middels chantage en fraude met gevorderde data. Het lijkt erop dat een kat-en-muis spel wordt gespeeld, of een schaakspel met zet-en-tegenzet, waarbij de scheidsrechter alvast de wedstrijdpapieren heeft weggegooid omdat hij naar huis wil.

Vele bestuursleden van de tandheelkundige organisaties hebben hun leden zand in de ogen gestrooid en doen voorkomen dat meegaandheid erger zou voorkomen.

Wat heeft die meegaandheid ons gebracht? -het fundament en de ratio van het norminkomen is in stappen gesloopt, -vrij tarief, clustering en concurrentie hebben voor een enorme imagoschade gezorgd, -de dubbele omschakeling in 2012 heeft ook financieel veel schade berokkend, -het vrije tarief is verder weg dan ooit, -het tarief is daarna ten onrechte via fraude alsnog gekort, -er zijn te weinig opleidingsplaatsen voor tandartsen, -en tekort aan Nederlandse tandartsen is al jaren een feit, -er zijn ongeveer 15% buitenlandse tandartsen werkzaam, -er zijn weinig opvolgers/kopers voor solistenpraktijken, -de tandtechniek heeft een enorme dreun gekregen, -bij de techniek-faillissementen zijn vele financiers voor grote bedragen het schip ingegaan, -er komt een experiment met taakherschikking zonder alternatief voor achterwacht of omzetverlies, -enz.. Voorwaar iets om trots op te zijn, want erger werd voorkomen. We zijn 50 jaar terug in de tijd, kan het eigenlijk erger?





Tot zover de samenvatting; deze is vast niet compleet, maar geeft een redelijk beeld.


Pagina 22 van 22




Onthoudt u een paar frasen:

-bij fte berekening speelt tijd geen rol meer, -voortaan doen we het zo, - een ambtenaar werkt ook wel eens over, -een kritische KNMT is geen gesprekspartner,

- we beginnen een experiment met vrije tarieven, clustering en concurrentie, -we doen een kostenonderzoek, want de tandartsen verdienen teveel. -de beroepsgroep is akkoord gegaan, om erger te voorkomen, -over een paar jaar zijn ze de korting vergeten,

-we doen een experiment met taakherschikking, -als het niet breed gedragen wordt legt de NZa het op, -de NZa herkent zich niet in de kritiek, -de NZa is slecht bezig met goedkope zorg, -ik zie niets strafbaars. Als u bovenstaande of soortgelijke frasen hoort, weet u dat u in het pak genaaid wordt.

Denk goed na over de volgende zinnen: -Ik begrijp niet dat de tandartsen niet massaal in opstand komen, -Als de beroepsgroep zelf niets doet zal ook niemand anders zijn nek uitsteken, -Uw mening is bekend, men ergert zich er aan.

Indien u het eens bent met de inhoud van dit stuk, zend u het dan aan zo veel mogelijk anderen? Ik houd u op de hoogte, hoor ik ook van u? Met vriendelijke groet, Chris Kappers




Kritiek en adhesie gaarne via c.d.f.kappers@hetnet.nl





 

 

 

 



Terug naar home

Share |
Lees meer uit het TTM-archief. Selecteer een categorie.
Kunt u niet vinden wat u zoekt? Gebruik de zoekmachine.
Nummer 155
april-juni 2020
In dit nummer

In dit nummer onder meer aandacht voor - uiteraard - de gevolgen van de corona-crisis voor de tandtechnische branche, een artikel over wat allemaal mogelijk is met de nieuwe generatie volkeramische producten, De Medical Device Regulation, de verplichte AOV voor zzp-ers en meer. 

Verspreiding in juni 2020.

Mis geen nummer, neem nu een abonnement op het Tandtechnisch Magazine. Klik hier voor een speciale internet-aanbieding.

Heeft u nieuws voor het volgende nummer of een interessante casus? Neem dan contact op met de redactie.

Ontvang gratis TTM nieuwsbulletin

Gratis overzicht van het belangrijkste nieuws uit de dentale branche in uw e-mailbox. Vraag nu aan! Afmelden kan altijd door een e-mail te sturen naar info@tandtechnischmagazine.nl